
© Österreichischer Behindertenrat
Welke dagelijkse transacties zijn betrokken?
Het ministerie noemt producten zoals betaalterminals, geldautomaten, computers, smartphones en e-readers, naast diensten zoals e-commerce, bankdiensten voor consumenten en bepaalde passagiersvervoersdiensten. De eisen betreffen informatie én bediening: iemand moet een dienst kunnen begrijpen en de relevante interfaces kunnen gebruiken. Bij onlinehandel omvat dat identificatie- en betaalfuncties. De wet behandelt dus delen van de route van productkeuze naar voltooide transactie, niet alleen het uiterlijk van een homepage. [2][1]
De grenzen van de nieuwe plichten
Het BaFG onderwerpt niet iedere website of ieder fysiek pand aan dezelfde eisen. Het afgebakende bereik is belangrijk, net als uitzonderingen wegens fundamentele wijziging of onevenredige belasting. Micro-ondernemingen die diensten leveren zijn uitgezonderd: zij moeten minder dan tien mensen in dienst hebben en voldoen aan de wettelijke grens van 2 miljoen euro voor omzet of balanstotaal. Voor micro-ondernemingen die producten behandelen gelden andere bepalingen. De vrijstelling van een kleine dienstverlener kan dus niet zomaar worden overgedragen op elk bedrijf dat een betrokken product verkoopt. [1][2]
Handhaving en overgang
Sozialministeriumservice is de markttoezichthouder, met de centrale eenheid in Opper-Oostenrijk. Het ministerie noemt herstelmaatregelen, verkoopverboden en bestuurlijke sancties als handhavingsmiddelen. Ook overgangsregels zijn relevant. Bestaande dienstencontracten mogen ongewijzigd doorlopen tot hun einde, maar niet langer dan vijf jaar na 28 juni 2025; andere bepalingen behandelen eerder gebruikte producten en zelfbedieningsterminals. De ingangsdatum betekende dus niet dat iedere oudere terminal die ochtend vervangen moest worden. Verschillende overgangsregels moeten apart worden bekeken. [1][2]
De uitvoeringstoets van belangenbehartigers
Tijdens een conferentie op 25 september 2025 bracht de Österreichischer Behindertenrat deelnemers bijeen om bereik, handhaving en ontbrekende onderdelen van de wet te bespreken. Voorzitter Klaus Widl noemde haar een eerste stap en benadrukte dat volledige toegankelijkheid meer werk vereiste. Dat verbindt de wetstekst met een concrete gebruikersvraag: een formeel betrokken dienst moet in de praktijk werken en barrières buiten de wet blijven relevant. De start van de wet en de latere conferentie zijn afzonderlijke gedateerde gebeurtenissen; geen van beide toont aan dat digitale diensten in Oostenrijk universeel toegankelijk zijn geworden. [1]