Vijf actieterreinen

Het plan groepeerde prioriteiten rond bewustwording en vroegtijdige interventie; basisdiensten; werk, economische zekerheid en rechtsbescherming; gegevens; en recreatie, sport en cultuur. Twaalf prioriteitsgebieden moesten ministeries een gezamenlijk kader bieden voor maatregelen, verantwoordelijkheden en opvolging. [1]

Diensten buiten de hoofdstad

Het beleidsdocument constateerde een concentratie van diensten in Paramaribo, waardoor mensen op het platteland en in het binnenland moeilijker toegang hadden. Het beschreef ook tekorten aan personeel, gekwalificeerde leraren en geschikte voorzieningen. Voorstellen omvatten toegankelijk onderwijs, mobiliteit en sterkere ondersteuning in het dagelijks leven. [2]

Toezicht en praktische tekorten

Het presidentiële kabinet meldde werkgroepen voor ontoegankelijke gebouwen, rolstoeltekorten en onvoldoende zorgpersoneel. Het plan stelde een nationale autoriteit voor om uitvoering en monitoring te coördineren. Het financieringshoofdstuk noemde opties uit overheidsbudgetten, partnerschappen en steun van ontwikkelingsorganisaties. [3][2]