Parlementariërs begonnen de zaak
Zeven parlementariërs, onder wie Pere López en Judith Salazar, brachten de constitutionele zaak aan. Het hof vernietigde artikel 77 en een overgangsbepaling van de familiewet uit 2022 wegens strijd met gelijkheid, godsdienstvrijheid en privacy. De rechters oordeelden dat verschillende openbare certificaten religieuze overtuigingen en seksuele oriëntatie konden onthullen. [2]
Huwelijkscertificaten vervangen een aparte benaming
De wijziging verving de betwiste termen door huwelijk, met een specifieke verwijzing naar het burgerlijk huwelijk waar nodig. Bestaande burgerlijke verbintenissen vielen onder de huwelijksregels, en de burgerlijke stand moest daarvoor huwelijkscertificaten afgeven. [1]
Een bredere hervorming van het familierecht
De oorspronkelijke familiewet was in juli 2022 aangenomen. Het parlement benadrukte toen wijzigingen in wettelijke erkenning van geslacht en naam vanaf de volwassenheid, gelijke rechten voor mensen met een beperking en echtscheiding zonder schuldvaststelling. Het latere oordeel en de wetswijziging behandelden discriminatie binnen die hervorming. [3][2][1]