Waar de cijfers betrekking op hebben
Het anonieme onlineonderzoek verzamelde in 2023 100.577 antwoorden van mensen vanaf 15 jaar in de EU, Albanië, Noord-Macedonië en Servië. In de vergelijkbare groepen voor veranderingen sinds 2019 steeg openheid van 46% naar 52%, terwijl gemelde haatgerelateerde intimidatie in het voorgaande jaar van 37% naar 55% steeg. Deze vergelijkingen gebruiken een beperktere groep respondenten en landen dan het volledige onderzoek van 2023. FRA waarschuwt dat de vrijwillige onlinesteekproef niet representatief is voor alle LGBTIQ-personen. [1]
Zichtbaarheid garandeert geen bescherming
De twee bevindingen beschrijven verschillende delen van het leven. Meer openheid over identiteit betekent niet minder vijandigheid ontmoeten. De cijfers bewijzen evenmin dat openheid intimidatie veroorzaakte. Voor diensten en overheden is dat onderscheid belangrijk: een campagne die zichtbaarheid stimuleert, moet samengaan met mogelijkheden om misbruik te melden en ondersteuning te krijgen. FRA vroeg om betere herkenning en onderzoek van haatmisdrijven, voldoende middelen voor gelijkheidsorganen en veiligere scholen. Via zulke routes kunnen formele rechten bruikbare bescherming worden. [1]
Een gezamenlijke maatschappelijke eis
Op 15 juli 2024 vroeg een door ILGA-Europe gepubliceerde gezamenlijke verklaring om gelijkheid centraal te houden in de volgende EU-beleidscyclus. Ondertekenaars waren onder meer het European Roma Grassroots Organisations Network, het European Disability Forum en het European Network Against Racism. Zij vroegen financiering voor gelijkheidsorganisaties, sterkere institutionele verantwoordelijkheid en betrokkenheid van de meest getroffen mensen bij beleidsontwikkeling en uitvoering. De oproep verbond LGBTIQ-gelijkheid met andere discriminatievormen en erkende dat één persoon meerdere barrières tegelijk kan ondervinden.
De volgende strategie en de toets daarop
De Europese Commissie presenteerde op 8 oktober 2025 de LGBTIQ+-gelijkheidsstrategie 2026–2030. Ze beschreef bescherming, versterking van zeggenschap en bredere maatschappelijke betrokkenheid, met steun aan het maatschappelijk middenveld, nationale actieplannen en een dialoogforum met organisaties. Dat waren beleidstoezeggingen, geen bewijs dat intimidatie was afgenomen. Samen bieden het onderzoek en de maatschappelijke oproep een manier om die toezeggingen te beoordelen: beschikbare ondersteuning, reacties op discriminatie en betekenisvolle deelname verdienen aandacht naast aankondigingen van nieuwe initiatieven. [3][2]